NEDERLANDERS
OVERZEE
Home

Inleiding

De afleveringen

DVD info

Filmfragmenten

Foto's

Lokaties in de wereld.

Gebruikte muziek

De pers 1983-6

Perspresentatie

Suriname

Credits

Links

Contact
De Lokaties
©  Fuga
Film
Produkties bv.
 
OVERZEE
NEDERLANDERS
Er zijn over de hele wereld op al die plekken waar de Hollanders voet aan wal hebben gezet Nederlandse begrafplaatsen te vinden. Vaak overwoekerd en vergeten. Maar in India zijn vele oude Hollandse begraafplaatsen: 'PROTECTED MONUMENTS'. Zij worden door de Indiase overheid keurig in stand gehouden, omdat zij mede een onderdeel zijn van de historie van India. De mooiste Hollandse begraafplaats is te vinden in PULICAT aan de Coromandelkust.
Aflevering 7 - Eenzaam tussen miljoenen. (India)

Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen 1983-1984.

Bijna honderd jaar voordat de eerste Nederlanders voet aan land zetten in India hadden de Portugezen zich daar al gevestigd in de belangrijkste kustplaatsen, met als hoofdkwartier Goa.  Het was echter op de lange duur onmogelijk voor de Portugezen om de duizenden kilometers lange kusten van India te beschermen tegen die indringers uit de lage landen en dat was de reden dat de Hollanders zich langzaam maar zeker op steeds meer plaatsen konden vestigen. Dat is het onderwerp van deze aflevering van 'Nederlanders Overzee'.

Een oude 17e-eeuwse kaart van India toont aan dat de Nederlanders rond 1650 langs de kust talloze vestigingen hadden. Alleen Goa was en bleef in Portugese handen en ondanks het feit dat de Hollanders Goa een paar jaar lang met hun schepen geblokkeerd hadden was het op een gegeven moment zelfs helemaal niet meer nodig om de stad in te nemen. De Portugese invloed in India was in feite door de Hollanders overspoeld en ze lieten daarom Goa uiteindelijk met rust.

Indiase katoen en de kleurstof indigo, peper en kaneel waren voor de Nederlanders de belangrijkste handelsartikelen die zij in India konden vinden. De eerste schepen uit Zeeland kwamen in 1601 aan in Surat. Maar de twee Zeeuwse kooplieden, die handel wilden drijven, werden ogenblikkelijk door de Portugezen gevangen genomen en opgeknoopt. Dat was een slecht begin.

In 1615 was het Pieter van den Broecke die in de haven van Surat verscheen, de weg naar de handelsvergunning van de Groot Mogol met smeergelden plaveide en een Nederlandse handelspost opende. Hij pakte de zaken energiek aan, was een levensgenieter, joviaal in de omgang met de inheemse bevolking, een stevige drinker en recht door zee. 

Van den Broecke trok dieper het binnenland in, op weg naar de Groot Mogol, die op dat moment in Agra resideerde. Rond de stad Agra lag het beste productiegebied van de indigo en het is dan ook geen wonder dat Van den Broecke vrijwel onmiddellijk besloot om ook hier een Nederlandse handelspost te vestigen. Agra, zo schreef hij aan de Heren Zeventien, kan een der beste melkkoeien van India worden.

Maar Agra lag heel ver van de kust, ver van Surat, met een ossenkaravaan deed je wel een maand over de reis.  Als de omstandigheden tegenzaten ten minste twee maanden. Niemand kon controle, laat staan gezag uitoefenen vanuit Surat over een zo afgelegen plek en de Hollanders die er zaten gingen dan ook hun eigen gang. De knoeierijen van de V.O.C.-dienaren, die zich in Agra op grandioze manier verrijkten, bleven niet onopgemerkt.

"Met ontrouw en eigenbaatzucht zijn bijna alle opperhoofden van het kantoor Agra sinds jaren besmet geweest, en daarbij waren sommigen zo lui, onachtzaam en slordig in het houden van de boeken en anderen zo verdorven pompeus, praalziek en bandeloos, dat ze een schandvlek vormden voor de Nederlandse natie". Deze situatie was bijna toonaangevend voor alle Nederlandse vestigingen in India. Het was de tijd dat voor de afkorting van de V.O.C. werd gelezen "Vergaan Onder Corruptie".

Tot vandaag de dag zijn langs de Coromandel- en Malabarkust van India talloze Nederlandse overblijfselen te vinden. Sommigen zijn in uitstekende staat bewaard gebleven en worden door de Indiase overheid in stand gehouden. Het zijn "protected monuments"(beschermde monumenten).
Andere zijn nagenoeg verdwenen en overwoekerd door de wildernis. 

Eén van die goed bewaarde overblijfselen is de grafsteen van Johannes Kruijff en Catharina van den Briel. Hij was de zoon van een dominee, tevens klerk van de handelspost in Masulipatnam. In de verslagen van de arts Daniel Havart wordt hij ten tonele gevoerd "tot spiegel van anderen en als waarschuwing, dat men zich nooit te diep in de strikken der liefde moet begeven en geen geloof moet geven aan loze geruchten".

“Johannes Kruijff dan, had zijn ogen laten vallen op de zeer bevallige, bespraakte en niet weinig mooie jonge juffrouw Catharina van den Briel, de enige dochter van de onderkoopman. Hij gaf zijn genegenheid aan haar en haar ouders te kennen en na enige maanden kreeg hij de dochter zover dat zij hem het jawoord gaf, mits men met trouwen zou wachten tot een bekwame gelegenheid. Beiden waren zeer verheugd, konden van elkaar geen ogenblijk scheiden. Hij wilde alleen daar zijn waar zijn bruid was, en zij bleef pal als een rots en doof voor alle praats van medeminnaars die haar hand begeerden, en verlangde niets anders dan zich met hare Kruijff gepaard te zien. Maar och! de slang van jaloezie en wantrouwen sloeg toe. Nog geen maand voordat ze zouden trouwen kwam er een schip met aan boord iemand die Kruijff de oren vol blies over de twijfelachtige aard en zeden van zijn geliefde en die hem verzekerde, man en paard noemende, dat zij haar beste schat en kuisheid verkwanseld en ten prooi gegeven had”.

Het hart van onze Kruijff werd ijskoud, zijn liefde veranderde in bittere haat en hij trok zich de kwaadsprekerij zo aan dat hij er de tering van kreeg. Doodziek werd hij opgenomen in het huis van de moeder van de bruid, een zachtaardige gastvrije matrone, die wekenlang zwoegde om hem genezen  te krijgen. En in een andere kamer in hetzelfde huis lag de bruid, die op haar beurt ziek werd van verdriet; wekenlang lagen ze daar onder hetzelfde dak zonder dat ze elkaar ooit zagen of spraken: de liefde was in bittere haat veranderd en de moeder ging zorgend maar zwijgend van kamer naar kamer om de onverzoenlijke geliefden te verplegen.

De bruid, ijlend en verzwakt, geplaagd door koorts en verbittering, stierf als  eerste. Vlak voor haar dood werd haar geest nog eenmaal helder, en dit is wat ze zei : "Ik sterf, en ga om God rekenschap te geven van alles dat ik op deze wereld heb bedreven, maar ik verschijn voor zijn aangezicht, zo zuiver als ik van mijn moeder ben gekomen".

Eenentwintig jaar, één maand en achttien dagen oud, stierf ze. De hele stad liep uit om haar te begraven en door iedereen werd ze beklaagd, omdat ze zo lieftallig, goed van hart en vrolijk welbespraakt was geweest voor ieder die haar goed kende. Ook de bruidegom, Johan Kruijff, vergezelde het lijk op haar laatste tocht, ofschoon hij zo zwak was dat hij nauwelijks op zijn benen kon staan. En toen hij hoorde wat zijn bruid op haar doodsbed gezegd had, en dat alle geruchten vals waren geweest, werd hij radeloos van smart, en zo ziek, dat hij voelde dat hij de dans van de dood niet zou ontspringen. Op zijn sterfbed vroeg hij vergiffenis aan de ouders van het meisje en verzocht, als laatste wens, dat hij naast haar mocht worden begraven. Op nieuwjaarsdag stierf Johan Kruijff en voegde zich bij zijn bruid, onder deze steen :

Een vrijer en een maagd bedekt dees ene steen
Haar beider mening was van twee te worden een
Maar d'overwrede dood belette dat vergaren
Eerst gaf den BRIEL het op, en toen wierd KRUIJF een lijk
Haar lijven rotten hier, maar in des hemels rijk
Zal God de zielen van die twee gelieven paren.

Deze en andere gebeurtenissen aan de kusten van India werden door de Hollanders uitvoerig beschreven. En elke keer komt in deze geschriften de eenzaamheid naar voren waarin de Hollanders ver van huis moesten werken, maar vooral moesten wachten, soms maanden en maanden lang, op een schip uit het vaderland.
Zij waren met recht eenzaam tussen miljoenen.
Aflevering 7.  EENZAAM TUSSEN MILJOENEN.
Home             DVD              Naar top                   Naar aflevering 8.