NEDERLANDERS
OVERZEE
Home

Inleiding

De afleveringen

DVD info

Filmfragmenten

Foto's

Lokaties in de wereld.

Gebruikte muziek

De pers 1983-6

Perspresentatie

Suriname

Credits

Links

Contact
De Lokaties
©  Fuga
Film
Produkties bv.
 
OVERZEE
NEDERLANDERS
Het KASTEEL 'DE GOEDE HOOP' dateert uit 1666. Het is het oudste gebouw in Kaapstad en kwam in de plaats van het oude, met zandwallen gebouwde fort dat er naast was gelegen.
Het werd oorspronkelijk als fort gebouwd om de eerste kolonisten te beschermen en diende tevens als hoofdkwartier van de VOC. Het was de residentie van de Kaapse gouverneurs. In 1679 was het gebouw klaar.
Maar in de jaren en eeuwen erna werd er steeds aan verbouwd en werden delen toegevoegd. Enkele jaren terug werd het geheel gerestaureerd.

Aflevering 11.  DE HERBERG AAN DE KAAP.
In 1682 werd de indrukwekkende toegangspoort aan het kasteel toegevoegd. Het is versierd met de wapens van de zes VOC-steden en de Republiek.
De poort lijkt sprekend op die van Dordrecht. De klokketoren van 1697 heeft een klok met inskriptie: 'AMSTERDAM 1697'

Aflevering 11.   De Herberg aan de Kaap (Zuid Afrika)

Dit artikel verscheen in het Veronicablad in het seizoen 1985-1986.

In 1652 zette Jan van Riebeeck als gouverneur voet aan wal bij de Tafelberg en werd daarmee de stichter van Zuid-Afrika. Hij was geboren in Culemborg en had al heel wat zeereizen voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie achter de rug. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat hij chirurgijn zou worden, maar hij zag al spoedig in dat je met handel heel wat sneller rijk kon worden. Hij bezocht zelfs Japan en China tot hij door de VOC beticht werd van privť handel en daarop noodgedwongen terug keerde naar Amsterdam. 

Het was op die terugtocht  dat hij in contact kwam met overlevenden van het schip "De Haerlem" dat in de Tafelbaai was gezonken. Het bleek dat de overlevenden van de "Haerlem" zich daar prima in leven hadden gehouden met hetgeen ze daar vonden en verbouwden in hun zelf aangelegde groentetuin.

Al voor 1500 waren de Portugezen als eersten bij de Kaap geland. Het was Bartholomeus Diaz die daar een Portugees landingskruis liet planten en de kaap de "Stormkaap" noemde.  Enkele jaren later vond hij de dood bij diezelfde kaap, waar zijn schip verging in een vliegende storm. De Portugezen hadden intussen de naam Stormkaap veranderd in Kaap de Goede Hoop, omdat ze verwachtten dat ze voorbij die Kaap terecht zouden komen in het rijke AziŽ.

Voor het land achter die Kaap had in feite niemand belangstelling, noch de Portugezen, noch de Engelsen, de Fransen of de Hollanders. Toch werd al spoedig de Tafelbaai door de Hollanders gebruikt als een soort postkantoor waar onder grote stenen brieven werden neergelegd die dan door andere vloten werden opgehaald.De grote stenen zelf werden voorzien van inscripties. Een aantal van deze stenen is bewaard gebleven en bevindt zich in het Museum in Kaapstad.

Nadat  Jan van Riebeeck met zijn drie schepen daar was aangekomen begon hij ogenblikkelijk met het bouwen van een fort en de aanleg van de Compagniestuin. Tenslotte moest die plek een herberg aan de Kaap worden, een verversingspost halverwege de lange reis tussen Nederland en het verre IndiŽ. En zo verscheen schip na schip in de Tafelbaai en ankerde daar om vers voedsel en vers water in te nemen. Het werd al snel een gewoonte om vanaf de z.g. Seinheuvel een kanonschot af te vuren zodra een schip aan de horizon verscheen. Het is nog steeds een traditie om elke dag om precies 12.00 uur vanaf diezelfde Seinheuvel een kanonschot af te vuren.

Met de talloze schepen kwamen er ook heel wat mensen naar Kaapstad. Zo werden b.v. vanuit Java, MaleisiŽ en Ceylon gevangenen als bannelingen naar de Kaap gebracht. Zij vormden het begin van een aparte bevolkingsgroep: "de kleurlingen". Veel VOC dienaren die terugkeerden naar Holland namen hun slaven mee om die in Kaapstad te verkopen. Daar brachten ze meer geld op dan in IndiŽ zelf, en mee naar Nederland nemen had geen zin, want daar was het bezit van een slaaf verboden. Ook deze slaven vormden weldra een belangrijke groep in en rond Kaapstad.

Met de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Hottentotten en de Bosjesmannen, hadden de Hollanders het op een akkoordje gegooid. Zij leverden vee en moesten volgens de VOC-regels goed behandeld worden. Op papier was dat makkelijker gezegd dan in de praktijk gedaan. Vooral toen de veestapel terugliep werden zij min of meer gedwongen in dienst te treden van de Hollanders. En zo kon het gebeuren dat zij door hun huidskleur en door het werk dat zij deden al snel door de kolonisten min of meer gelijk gesteld werden met de slaven. Dus, alhoewel ze officieel vrij waren werden ze min of meer  behandeld als slaven.

De nederzetting aan de Kaap werd al snel te groot om van de Compagniestuin alleen te kunnen leven, vandaar dat Jan van Riebeeck toestemming vroeg aan de VOC om grond uit te geven aan Vrijburgers.  De VOC was in eerste instantie fel tegen. Zij wilde helemaal geen kolonie. Toch kreeg Van Riebeeck uiteindelijk toestemming en 9 vrijburgers begonnen een boerenbedrijf ten noorden van Kaapstad. Zij noemden zich vol trots: "de boeren van Van Riebeeck".

Er waren nu dus ook al twee groepen blanken, de VOC-dienaren, in feite ambtenaren, en de vrijburgers. Onder het bewind van de latere gouverneur Van der Stel kwamen die vrijburgers zelfs in opstand, louter en alleen om het feit dat de gouverneur en zijn ambtenaren zich steeds meer verrijkten en elkaar de beste stukken grond toebedeelden. De belangrijkste voorman van de Vrijburgers was een zekere Adam Tas. Hij stelde een klaagschrift op dat door veel van zijn medestanders werd ondertekend. Helaas werd zijn klaagschrift onderschept door de gouverneur en verdween Adam Tas voor meer dan een jaar in "het zwarte gat", een gevangenis binnen kasteel De Goede Hoop. Een kopie van het klaagschrift werd echter naar Holland gesmokkeld. De Heren 17 konden uiteindelijk niets anders: de gouverneur werd teruggeroepen en Adam Tas kwam vrij.

Het verhaal van Zuid Afrika is vooral het verhaal van de vrijburgers en de kolonisten die vanuit het bruggenhoofd aan de Kaap met heel hun hebben en houden en hun ossenwagens steeds verder opdrongen in die onmetelijke, eenzame ruimte erachter. Zij streken overal neer, ver van de bewoonde wereld. Eťn gezin op soms wel meer dan 10 km2. Vrij vaak hadden deze kolonisten een Hollandse vrouw bij zich, vandaar dat vermengingen met slavinnen op het platteland veel minder voorkwam dan in Kaapstad. Ook bleven zij, door hun geÔsoleerdheid, veel sterker vasthouden aan hun religie, hun tradities en hun manier van leven.

In de eeuwen daarna verspreidden die Voortrekkers zich als een olievlek naar het noorden en het oosten. Het was een koppig en eigenzinnig ras van Afrikaners dat voor geen hindernis uit de weg ging.  De Zoeloes waren zo'n hindernis. De verschrikkelijke slag aan de Bloedrivier was het gevolg. Er is heel wat strijd geleverd voordat de Voortrekkers met wankele verdragen vrede met de Zoeloes konden sluiten. Maar veel vaker gebeurde het dat de Zoeloes verjaagd werden en wegtrokken naar andere gebieden.

Rond 1800 ging in het verre Kaapstad het gezag van de Hollanders over in Engelse handen. Voor de Voortrekkers een signaal om weer ten strijde te trekken. De boeren oorlog. Zij riepen hun eigen republieken uit, Transvaal en  Oranje Vrijstaat, tot ze uiteindelijk zwichtten voor de Engelse overmacht.

De herberg aan de Kaap is uitgegroeid  tot een machtig hotel voor miljoenen gasten van alle kleuren en rassen, waarvan het grootste deel echter nooit verder komt dan de achterdeur. Onbedoeld heeft de VOC de kiem gelegd voor de Apartheid. De Hollanders maakten al onderscheid tussen ambtenaren en Vrijburgers, tussen vrijen en on-vrijen, tussen blanken, kleurlingen en zwarten.

In 1947 werden er in Zuid-Afrika verkiezingen gehouden en dat betekende dat wat in eeuwen geleidelijk was ontstaan in een wet werd vastgelegd, "de Apartheid". Een term die in alle talen wordt verstaan. Een Hollandse term.
Home             DVD              Naar top                   Naar aflevering 12.